|
|
|
Jean Bart (eigenlijk Jan Baert) werd
geboren te Duinkerke op 21 oktober 1650 en stierf aldaar
op 27 april 1702. Hij was
een Vlaamse kaper in dienst van Frankrijk en diende een tijdlang onder admiraal Michiel de Ruyter.
Bart was beroemd om zijn moed en behendigheid. Hij slaagde erin
386 schepen te veroveren en bracht een groot aantal vaartuigen tot zinken of
stak ze in brand.
Hij was de kleinzoon van admiraal
Jan
Jacobsen. Zijn
vader, Cornil Bart, was visser.
Hij
trad als vijftienjarige in dienst bij de oorlogsvloot
van de Republiek tijdens de Tweede Engelse oorlog (1665-1667).
Hierna keerde hij terug naar Duinkerke waar hij een
carriére als kaper begon.
In 1666 verbindt Frankrijk zich met de Verenigde Provinciën tegen Engeland.
Cornil Bart (de vader van Jan) vindt de dood in Nederlandse dienst in de aanval
van een Engels schip. De bemanning van het Vette Varken, waarop Bart als
luitenant wordt ingescheept, wordt verzocht de Engelsen in het oog te houden. In
de zomer monstert Bart aan als matroos op de Zeven Provincies, grootste schip
van de Nederlandse vloot, onder bevel van admiraal Michiel de Ruyter. Na de Tocht naar
Chatham wordt het Verdrag van Breda ondertekend. De Ruyter geeft
Bart het bevel over een 'brigantijn': "De Gouden Eend".
In
1672 bij het uitbreken van de oorlog tegen de Republiek
hadden de Duinkerker kapers van de Franse koning Lodewijk
XIV een speciale missie gekregen: Nederlandse schepen
veroveren. Deze schepen werden opgebracht naar Duinkerken
of tot zinken gebracht als ze te veel gehavend waren.
De bemanning ging of mee naar Duinkerken, waar ze met
losgeld konden worden vrijgekocht, of ze werden overboord
gezet.
Jean Bart
zou echter uitgroeien tot Franse zeeheld. In 1691 brak hij een blokkade van Duinkerke; in 1694 en 1695 sloeg hij
aanvallen van de Engels-Nederlandse vloot af. Zijn grootste prestatie was echter
dat hij in 1694, toen het Franse volk aan de rand van de hongerdood stond, een
korenvloot
uit de Oostzee wist te heroveren en
veilig de haven van Duinkerke in te krijgen. In 1698 werd Bart tot eskadercommandant benoemd.
Compagnons
van Bart waren Jan Soutenye en de Hollander Karel Keyzer.
|